zondebesef

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bewustzijn dat men niet alles heeft gedaan zoals het volgens de kerkelijke leer zou moeten
    De manier waarop we tegenwoordig ons narcisme vieren, heeft veel ernstiger psychische schade opgeleverd dan die van het overspannen zondebesef. Want die zonde kan blijken mee te vallen, terwijl de gekrenkte eigenwaarde alleen maar kan tegenvallen.”
    Charles Haddon Spurgeon, predikant in het negentiende-eeuwse Londen, voerde duizenden gesprekken met gemeenteleden. Velen hadden weinig zondebesef voordat ze tot geloof kwamen.