woorden
boek
Start
›
Z
›
zondagsrust
zondagsrust
mannelijk/vrouwelijk (de)
/ˈzɔndɑxsˌrʏst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het zich (om religieuze redenen) onthouden van de wekelijkse bezigheden op zondag
Synoniemen
zondagrust
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← zondagsrijders
zondagsschilder →