zondagrust

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɔndɑxˌrʏst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zich (om religieuze redenen) onthouden van de wekelijkse bezigheden op zondag
    Het gaat hierbij met name om de eerbiediging van de zondagrust en angst voor de positie van de kleine winkelier. De ChristenUnie stemde als enige partij principieel tegen deze verruiming van de koopzondag.
    De geplande wegwerkzaamheden in gemeente Woudenberg moeten plaatsvinden op een ander tijdstip, als het aan de lokale SGP-fractie ligt. De zondagrust is daarvoor te belangrijk, meent de partij.

Vertalingen

EngelsSunday rest