zomerpolder

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. polder die soms volloopt met water; polder buiten de zeewering
    Hosper noemt ‘het noodlot’ de oorzaak van de paardentragedie. ‘Er was een noorderstorm voorspeld, maar het was doodtij. Pas om 2 uur dinsdagnacht meldde de stormwaarschuwingsdienst dat het water over de kade van de zomerpolder zou slaan.’

Vertalingen

Engelssummer polder