zomerpolder
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- polder die soms volloopt met water; polder buiten de zeeweringHosper noemt ‘het noodlot’ de oorzaak van de paardentragedie. ‘Er was een noorderstorm voorspeld, maar het was doodtij. Pas om 2 uur dinsdagnacht meldde de stormwaarschuwingsdienst dat het water over de kade van de zomerpolder zou slaan.’
Vertalingen
Engelssummer polder
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek