zomerjurk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzomərˌjʏrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een luchtige jurk bedoeld om in de warmte van de zomer gedragen te worden
    Ze had alleen maar een zomerjurkje aan en de neergutsende koude bui deed haar huiveren.