zijgen

/ˈzɛiɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) naar beneden zakken, zich laten vallen
    Zwijgend, traag als was het aarzlen, Zijgen d'eerste vlokken,... - II -- .
    Zwijgend traag als was het aarzlen,zijgen d'eerste vlokken, lijkwitte bloemkens zonder stengel,uit het grauwe wolkenrijk.

Etymologie

:Italisch: Latijn: siare

Vertalingen

Engelsslump, fall down