zijgang
mannelijk (de)/ˈzɛiɣɑŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aftakking van een hoofdgangMet één hand als houvast langs de muur, schuifelen we langzaam door de dichte, witte mist. De muur houdt op, een zijgang lijkt het. Fout. De inham is nog geen dertig centimeter diep, ontdekken we als op de tast de gang in willen gaan. Tubantia 26-06-08Zo kan het dat er in de zijgangen en dwarspaden van het Kamergebouw een groep onzichtbare parlementariërs huist. Ze treden nauwelijks op in de media en voeren zelden het woord in de plenaire zaal. Ze worden geacht te stemmen, maar niet hun stem te laten horen.Volkskrant Maartje Bakker Ariejan Korteweg Sybren Kooistra 17 januari 2015
Vertalingen
Engelsside-passage, outboard, wing track
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek