zielennood
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- psychische of geestelijke noodEr wordt zeker iets ondernomen om deze mensen te helpen met voedsel en kleding. Maar wie bekommert zich om hun zielennood?”Christus kent de nood als geen ander, stelde ds. Joppe. „Hij weet niet alleen van de lichamelijke nood, maar ook van de zielennood. Bij identiteitsgebonden hulp is er –als het goed is– ook oog voor de geestelijke noden.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek