zesentwintigjarige

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɛsənˌtwɪntəxˌjarəɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. levend wezen dat 26 jaar oud is of iets dat 26 jaar bestaat
    De zesentwintigjarige heeft zijn vijf jaar jongere echtgenote tijdens zijn studie in Deventer leren kennen

Etymologie

*"26-jarige"