zelfvergroting

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zichzelf belangrijker maken of vinden dan men werkelijk is
    Hij is steeds heus, evenwichtig, groot- en vrijmoedig en zeker niet blind voor Mansholts schaduwzijden, zoals zijn drift en neiging tot retroactieve zelfvergroting. Niets op aan te merken allemaal.