zelftucht
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vermogen om je zelf te houden aan vooraf gemaakte afspraken met jezelf zonder druk van iemand andersMonetaire samensmelting bij grote cultureel-financiële verschillen zonder soevereiniteitsoverdracht aan een centrale instantie om zwakke broeders zonder zelftucht bijtijds hardhandig tot de orde te roepen: dat gaat dus niet. Tubantia Thomas von der Dunk 27-10-11 [https://www.tubantia.nl/economie/von-der-dunk-overleeft-europa-berlusconi~aa4eb857/ Von der Dunk: 'Overleeft Europa Berlusconi?']Een zware klim omhoog die eindigt in een boeddhistische tempel op de top op 5640 meter hoogte. We hebben het over de berg Omine die sinds 2004 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. In dit geval werd vrouwen de toegang ontzegd omdat, zo werd beweerd men, de meisjes de pelgrims zouden kunnen afleiden in hun weg naar ascese (het streven naar of het beoefenen van een reine levenswandel door de eigen hartstochten en begeerten te beteugelen en zelftucht toe te passen) en diepe meditatie. Sommige inwoners zijn het hier niet mee eens en soms gaat er wel eens een als vrouw verklede man de berg op. Uit protest. De Telegraaf 27 jan. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/867424/verboden-plekken-voor-vrouwen Verboden plekken voor vrouwen]Dr. Van Brummelen pleit voor regelmaat en structuur: „Geestelijk leven is gebaat bij een zekere discipline. De met zelftucht aanvaarde regelmaat van vaste gewoonten kan zegenrijk zijn.” Reformatorisch Dagblad Steven Middelkoop 27-07-2018 [https://www.rd.nl/opinie/lees-iedere-dag-en-vergroot-mentale-slagkracht-1.1503392 Lees iedere dag en vergroot mentale slagkracht]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek