discipline

vrouwelijk (de)/disi'plinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gehoorzaamheid aan voorschriften, bevelen of regels
    Er heerst een strakke discipline in het Korps Mariniers.
    Maar deze wapendieven en bankovervallers waren niet zoals andere misdadigers. Ze waren goed opgeleid, gingen zich niet te buiten aan een vorm van misbruik, leidden gewone levens met gewone beroepen en hadden een rotsvaste innerlijke discipline.
  2. tak van wetenschap, kunst of sport
    Deze tienkamper blonk uit in meerdere atletiek disciplines.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1961

Vertalingen

Spaansdisciplina