tucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. discipline
    Privatisering van de woningbouwcorporaties: tucht van staat noch markt [http://www.groene.nl/artikel/tucht-van-staat-noch-markt de Groene Amsterdammer]

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘discipline’ voor het eerst aangetroffen in 1558

Vertalingen

Engelsdiscipline
Spaansdisciplina