zekerheid
vrouwelijk (de)/'zekərɦɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het uitgesloten zijn van andere mogelijkhedenHad je maar zekerheid!Myra is een stadje in Lycië, aan de zuidkust van Turkije. Daar hebben twee bisschoppen gewoond die Nicolaas heetten. De eerste leefde in het begin van de vierde eeuw en de geleerden zijn het nog steeds niet met elkaar eens of over hem iets met zekerheid kan worden gezegd.Gelukkig dekte mijn zorgverzekeraar mijn avontuur, maar voor de zekerheid had ik een aanvullende search and rescue-polis afgesloten mocht ik met de helikopter geëvacueerd moeten worden.
- (juridisch) onderpand
Etymologie
*Afgeleid van zeker .
Vertalingen
Engelscertainty
Spaanscerteza, certidumbre, seguridad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek