zekeren
/ˈzɛkərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- het touw waarmee iemand klimt op een veilige manier vasthoudenAls je zekert moet je altijd goed op blijven letten.Ik was blij dat ik ook mijn ijsbijl bij me had waarmee ik me, indien nodig, kon zekeren en een nieuw spoor door de sneeuw kon maken.
Etymologie
*afgeleid van zeker ??
Vertalingen
Engelsbelay
Fransverrouiller
Duitssichern
Spaansasegurar, amarrar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek