zeilles

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɛilɛs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs in het varen op windkracht
    De enige illegale weg voert over het water: via de Oostzee naar Denemarken. Gompitz neemt zeilles, koopt een boot, spaart geld (in Westduitse valuta), vertelt niets aan zijn vrouw en wacht vervolgens op gunstige wind.
    Zeillessen van de Kieler Yachtclub.