zavelboom

mannelijk (de)/ˈzavəlˌbom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. coniferen (coniferen) soort struik, , een verwant van de jeneverbes die in Europa op wat grotere hoogte voorkomt
    Is dat niet een zavelboom?

Etymologie

*van Middelnederlands "savelboom", op te vatten als