zavelboom
mannelijk (de)/ˈzavəlˌbom/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (coniferen) soort struik, , een verwant van de jeneverbes die in Europa op wat grotere hoogte voorkomtIs dat niet een zavelboom?
Etymologie
*van Middelnederlands "savelboom", op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek