zatheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. algehele dronkenschap
    Zijn zatheid was stuitend.
  2. overmatigheid in voedsel
    De slaap des arbeiders is zoet, hij hebbe weinig of veel gegeten; maar de zatheid des rijken laat hem niet slapen.Pred. 5:11

Etymologie

*afgeleid van zat

Vertalingen

Engelsebriety
Spaansembriaguez