zaagvis

mannelijk (de)/ˈzaxfɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kraakbeenvissen (kraakbeenvissen) benaming voor haaiachtige vissen met aan de kop een zaagvormig uitsteeksel uit de familie
    Die man ging in een meer met zaagvissen zwemmen, wat uiteraard erg gevaarlijk was.

Vertalingen

Engelssawfish
Franspoisson-scie
DuitsSägefisch
Spaanspriste, pez sierra