wonden
/ˈwɔndə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een wond toebrengen, verwondenZeer nabij graasde een kudde buffels, waarvan wij er verscheidene wondden, doch geen enkele doodden.
- (ov) (figuurlijk) emotioneel kwetsenIk weigerde en daarmee wondde ik haar diep.Men wondt mij met de tong.
Uitdrukkingen
- je wonden likken — proberen de opgelopen schade of verwondingen te herstellen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek