wolaap

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. primaten (primaten) soort uit een geslacht van de grote boombewonende familie grijpstaartapen (Atelidae). De wolapen komen enkel voor in de regenwouden van het Amazonebekken. Het geslacht Lagothrix heeft vier soorten. De geelstaartwolaap (Oreonax flavicauda) behoort tot een ander geslacht: Oreonax
    De wolaap nap een hap uit de lekkere vrucht.

Etymologie

* Samenstelling van wol en aap