wol
mannelijk/vrouwelijk (de)/ʋɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (textiel) weefsel van wollen garensSchapenwol is de meest bekende soort wol.Door de hele kamer liggen stukjes rode zegelwas, en een aantal daarvan is diep in de wol getrapt.Hij kan kaartpassen en de kwaliteit van een rol Haarlemse wol beoordelen ' 'Maar wat kan hij daarmee, Cornelia? Wat kúnnen wij nu helemaal?' Cornelia lijkt zich niet op haar gemak te voelen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘haren van sommige dieren’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Uitdrukkingen
- Door de wol geverfd zijn — zeer ervaren zijn
- Onder de wol kruipen — naar bed gaan
- Veel geschreeuw maar weinig wol — veel woorden hebben maar in de praktijk komt daar weinig van terecht
- : wol
Vertalingen
Engelswool
Franslaine
DuitsWolle
Spaanslana
Italiaanslana
Portugeeslã
Japansウール
Arabischالصوف
Poolswełna
Zweedsull
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek