winterstop
mannelijk (de)/ˈwɪntərˌstɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- periode in de winter wanneer een bepaalde activiteit onderbroken wordt met name bij bepaalde sporten zoals voetballenPSV won zaterdag voor de achtste keer in negen wedstrijden na de winterstop en voerde de druk op de nummers één (Feyenoord) en twee (Ajax) van de eredivisie weer op. NRC 11 maart 2017
- periode in de winter dat men de dekking van een verzekering kan onderbreken zoals bijvoorbeeld voor motoren die men dan toch niet gebruikt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek