wintersport
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɪntərˌspɔrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport), sport die in de winter beoefend wordt
- vakantiereis naar een plaats waar men kan skiën.
Vertalingen
Engelswinter sport
Franssport d'hiver
DuitsWintersport
Spaansdeporte de invierno
Italiaanssport invernali
Poolssporty zimowe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek