winterspelen
/ˈwɪntərˌspele(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) internationaal toernooi met verschillende sporten die men in de winter doetDaarnaast bleek ook dat alle geconsulteerde partijen zich konden vinden in het verlengen van de minimumduur van de verslaggeving van de Paralympische Spelen, waarbij een onderscheid dient te worden gemaakt tussen de zomer- en de winterspelen.Curling, dat vermoedelijk van Schotse oorsprong is en uit de zestiende eeuw stamt, staat voor het eerst op het officiële Olympische programma, na bij vier winterspelen als demonstratiesport te zijn uitgevoerd.
Etymologie
*[1] "winterspel" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek