winterslaap

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fysiologie (fysiologie) een toestand van hypothermie en inactiviteit bij sommige warmbloedige dieren in de winter
    Zevenslapers houden een winterslaap die wel zeven maanden kan duren.
  2. fysiologie (fysiologie) een toestand van inactiviteit bij sommige organismen
    De mieren waren al ontwaakt uit hun winterslaap.

Vertalingen

Engelshibernation
Franshibernation
DuitsWinterschlaf
Spaanshibernación
Italiaansletargo, ibernazione
Zweedsvinterdvala, dvala, vintersömn