winterhaar
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lang, pluizig haar dat dieren warm houdt in de winterDe paarden kregen ook al meer dan een week alleen nog stro van de daken van huizen, ze waren afgrijselijk mager en het winterhaar hing nog in verwarde vlokken aan hun lijf.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek