windsel

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een lap stof die men ergens omheen kan winden
    Kunstenares Ans Markus presenteert dit jaar tijdens de Leerdamse Glasdagen (7 tot en met 9 september) haar kristallen masker met windsels. Het masker met windsels van Markus wordt uitgevoerd in helder kristal, rookgrijs en gematteerd kristal. De kunstenares maakte al eerder een glazen buste met windsels.de Telegraaf CAROLIEN VLIETSTRA 08 nov. 2012
    Elk detail herinner ik me: het vlammenwerpermannetje had brandstoftankjes op zijn rug met slangetjes en drukmetertjes, en de Japannertjes hadden van die windsels rond hun onderbeentjes, waar ik uren naar kon kijken. Dat alles in plastic poppetjes niet groter dan mijn pink.Volkskrant Thomas van Luyn 13 mei 2017
    Als Sanne Wevers haar oefening heeft volbracht en de mooiste lach aan jury en publiek heeft getoond, sprint de vicewereldkampioen op balk naar haar sporttas. De turnster graait dan tussen haar pakjes, handdoeken, make-up, schoentjes en windsels, op zoek naar haar boekje.Volkskrant 9 augustus 2016
  2. verband

Etymologie

* van winden

Vertalingen

Engelsbandage, binding, strip