zwachtel

mannelijk (de)/ˈzwɑxtəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een lange, smalle strook dun textiel voor het verbinden van een wond
    Ziekenhuizen hebben een overschot aan zwachtels.
    Daarna gingen we naar de tuin, waar we de lakens en zwachtels in een oud prieel hadden verborgen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘windsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1421

Vertalingen

Engelsbandage
Fransbandage
Spaansvendaje
Japans包帯
Poolsbandaż