wereldsheid
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets of iemand gericht is op het aardse, niet religieuze levenRedacteur Christian Geyer stelt de vraag wat de paus tijdens zijn Duitslandreis in de herfst van 2011 bedoeld kan hebben met zijn oproep dat de kerk afscheid moest nemen van haar „wereldsheid.” Reformatorisch Dagblad 23-04-2012 [https://www.rd.nl/opinie/columns/geloof-en-cultuur-1.669832 Geloof en cultuur]Wie de filmbeelden ziet van het publiek tijdens Oum Kalsoums concerten ziet paffende stelletjes, mannen in smoking en vrouwen onbedekt door een hoofddoek. Er hangt een sfeer van trots, welbevinden en wereldsheid. Het is in deze periode dat Oum Kalsoum haar meest patriottistische liederen zingt en haar meest beklemmende, ontroerende en diepe liederen (Inta Omri, Fakarouni, Al Atlal). NRC Abdelkader Benali 3 oktober 2008 [https://www.nrc.nl/nieuws/2008/10/03/verlangen-naar-naar-verlangen-11617623-a1052638 Verlangen naar naar verlangen]De oude dame krijgt een facelift. Het restaurant en de lounge zijn inmiddels aangepakt. Het opulente rood is vervangen door opulent oranje. De burgerlijke chic maakte plaats voor de clichés van het kosmopolitisch design: gewelfd strak en met buitenformaat lampenkappen. De gastheer in beige broek en geruit overhemd met korte mouwen valt zelf danig uit de toon bij deze wervelende wereldsheid. NRC Joep Habets 23 september 2006 [https://www.nrc.nl/nieuws/2006/09/23/de-facelift-van-de-oude-dame-11199045-a1094792 De facelift van de oude dame]
Etymologie
afleiding van werelds
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek