wegslikken

/ˈwɛxslɪkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets helemaal uit mond in de slokdarm laten afdalen
    Je kunt dit bittere medicijn maar beter snel wegslikken.
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) zich over een negatief gevoel heenzetten
    De ploeg kon de teleurstelling over de verloren halve finale niet wegslikken en verloor ook de strijd om het brons.

Vertalingen

Duitsrunterschlucken, hinunterschlucken, runterschlucken