Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
afslikken
/ˈɑfslɪkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (verouderd) iets helemaal uit mond in de slokdarm laten afdalenGedwongen zou hij het natuurlijk niet kunnen afslikken, nu loopt het er in als stroop.
- (ov) (figuurlijk) (verouderd) zich over een negatief gevoel heenzetten„Maar dansen, kom, dansen met mij de eerste wals, hè juffrouwtje? Kom, zeg nou 's wat… Wees eens aardig…" Ursule antwoordde niet meer; zijn brutale ongegeneerdheid, het geringschattend glimlachje waarmede de anderen toehoorden, omdat 't maar de juffrouw was die dat alles kon afslikken, verbitterden haar.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek