wedergeboorte
vrouwelijk (de)/ˈwedərɣəˌbortə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het in sommige godsdiensten gangbare idee van het lichamelijk opnieuw geboren worden na de dood
- lichamelijke of geestelijke herleving
- culturele bloei na een tijd van vervalGlijdt het Trump-regime af naar regelrecht fascisme? Voor wie er nog aan twijfelt, het proces ontvouwt zich snel. De megalomane persoonlijkheidscultus. Het afdwingen van een culturele revolutie. De mythe van nationale teloorgang en wedergeboorte. Intimideren van universiteiten en media. Decreten en loyaliteit boven recht en procedures. Demoniseren van protest als landverraad. Buitenlandse annexatiedrift.[https://www.nrc.nl/nieuws/2026/01/19/fascisten-in-het-witte-huis-a4917592 www.nrc.nl (19 jan 2026)]
Etymologie
* (weder= "opnieuw")
Vertalingen
Engelsrebirth
Fransrenaissance
DuitsWiedergeburt
Spaansrenacimiento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek