reïncarnatie

vrouwelijk (de)/ˌreɪŋkɑrˈna(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wedergeboorte van de ziel in een lichaam, wedervleeswording, wedergeboorte
    Tijdens onze ontbijten hadden we lange gesprekken over de veranderende landschappen, reïncarnatie, geloof en hoe bomen ondergronds met elkaar communiceren.
  2. gestalte waaronder iemand of iets wedergeboren is

Etymologie

*van "reincarnation ", op te vatten als van reïncarneren , in de betekenis van ‘wedergeboorte’ voor het eerst aangetroffen in 1898 Omdat dit woord niet in het Nederlands is gevormd uit incarnatie met het voorvoegsel re-, wordt het volgens niet geschreven met een koppelteken, zoals "re-integratie", maar met een trema, zoals "reünie".

Vertalingen

Engelsreincarnation
Fransréincarnation
Spaansreencarnación