reïncarnatie
vrouwelijk (de)/ˌreɪŋkɑrˈna(t)si/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wedergeboorte van de ziel in een lichaam, wedervleeswording, wedergeboorteTijdens onze ontbijten hadden we lange gesprekken over de veranderende landschappen, reïncarnatie, geloof en hoe bomen ondergronds met elkaar communiceren.
- gestalte waaronder iemand of iets wedergeboren is
Etymologie
*van "reincarnation ", op te vatten als van reïncarneren , in de betekenis van ‘wedergeboorte’ voor het eerst aangetroffen in 1898 Omdat dit woord niet in het Nederlands is gevormd uit incarnatie met het voorvoegsel re-, wordt het volgens niet geschreven met een koppelteken, zoals "re-integratie", maar met een trema, zoals "reünie".
Vertalingen
Engelsreincarnation
Fransréincarnation
Spaansreencarnación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek