waterwolf

mannelijk (de)/ˈwatərˌwɔlᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. figuurlijk, waterbeheer (figuurlijk) (waterbeheer) overstroming die tot verlies van land leidt
    Door de waterwolf, de voortdurende afkalving van land, werden de Noord-Hollandse meren steeds groter en dreigde Holland eenvoudigweg te verdwijnen.
    De Beemster is een onwaarschijnlijk geometrische enclave. (…) Het is een zuiver toonbeeld van de triomf van de mens over het geweld van water, de waterwolf, dat het land eeuwenlang bedreigde.
  2. verouderd (verouderd) benaming voor de snoek,
    {{ouds
    {{ouds
  3. folklore (folklore) bepaald soort monster dat in het water zou leven
    {{ouds
  4. persoon, figuurlijk (persoon) (figuurlijk) iemand die anderen op zee aanvalt en berooft
    {{ouds

Etymologie

*van Middelnederlands """, op te vatten als , in de betekenis "snoek" aangetroffen vanaf 1287