waterwilg
mannelijk (de)/ˈwatərˌwɪlᵊx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort loofboom , die inheems is in de Benelux en tot 14 meter hoog kan worden en behoort tot de wilgenfamilie
Etymologie
* , omdat hij aan de waterkant voorkomt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek