Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
boswilg
mannelijk (de)/ˈbɔswɪlᵊx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort loofboom , die inheems is in de Benelux en tot 14 meter hoog kan worden en behoort tot de wilgenfamilie
Etymologie
* , omdat hij als onderhout in bossen voorkomt
Vertalingen
Engelsgoat willow
Franssaule marsault
DuitsSal-weide
Portugeessalgueiro
RussischИва козья
Chinees黄花柳
Turkskeçi söğüdü
Poolswierzba iwa
Zweedssälg
Deensselje-pil
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek