watervogels
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groepen van vogelsoorten die een bepaalde binding aan wetlands (moerassen en wateren) hebben
- een clade die een aantal ordes en families van vogels omvat die volgens een gemeenschappelijke voorouder hebben. Een dergelijke groep noemt men een clade. Let wel, het gaat hier dus niet om alle vogels die een bepaalde relatie met water hebben. Er zijn veel meer families van vogels en afzonderlijke vogelsoorten die een relatie met water hebben, maar niet tot deze clade behoren zoals bijvoorbeeld de eenden, zwanen, ganzen en meeuwen. Of een zangvogelsoort als de waterspreeuw
Etymologie
* "watervogel" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek