watervogel

mannelijk (de)/ˈzwɛmvoɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) langs het water levende vogel
    Het was welbeschouwd belachelijk dat die dingen in de eenentwintigste eeuw nog steeds bestonden, als prehistorische watervogels die op een wonderlijke manier weer tot leven waren gewekt voor de toeristen.

Vertalingen

Engelswater bird
Fransoiseau aquatique
DuitsWasservogel
Spaansave acuática