wateremmer
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bak met een hengsel voor het bewaren en verplaatsen van waterHij leî zijn lantaren even te rusten en nam het zeemelapje dat naast hem in de wateremmer lag verslobberd, wrong het goed uit en veegde het zwart nog eens schoon.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek