warmen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) warmte toevoegen
    De zon warmde haar hals, zachter dan een kus dat had kunnen doen..[http://www.mysterin.be/#post0 Eleanor in de tuin. {{Aut|Björn Peeters
  2. refl (refl) zich ~ zich in warmte koesteren
    Hij warmde zich bij het knapperende houtvuur.

Etymologie

*afgeleid van warm

Vertalingen

Spaanscalentar