wapenmakker
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vriend waarmee men samen een strijd voertOver de brug rijdende sprak De Chatillon tot zijn Broeder: "Gij weet dat ik de eer onzer nicht deze avond te verdedigen heb; ik maak staat op u om mijn wapenmakker te zijn.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek