krijgsmakker
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vriend die men kent uit de militaire dienstDe gasten - graaf Rastoptsjin, vorst Lopoechin met zijn neef, generaal Tsjatrov, een oude krijgsmakker van de vorst, en van de jongere garde Pierre en Boris Droebetskoj - wachtten in de salon op de vorst.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek