krijgsmakker

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vriend die men kent uit de militaire dienst
    De gasten - graaf Rastoptsjin, vorst Lopoechin met zijn neef, generaal Tsjatrov, een oude krijgsmakker van de vorst, en van de jongere garde Pierre en Boris Droebetskoj - wachtten in de salon op de vorst.