wanklank

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɑŋklɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) een geluid dat de muziek verstoort
    De voobijrazende brandweer veroorzaakte met zijn luide sirene een wanklank tijdens het concert.
  2. overdrachtelijk een gebeurtenis of daad die de sfeer bederft
    De enige wanklank tijdens het geslaagde feest was de ruzie die uitbrak tussen de broer van de bruidegom en die van de bruid.

Vertalingen

Spaanstono disonante