wanklank
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɑŋklɑŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een geluid dat de muziek verstoortDe voobijrazende brandweer veroorzaakte met zijn luide sirene een wanklank tijdens het concert.
- overdrachtelijk een gebeurtenis of daad die de sfeer bederftDe enige wanklank tijdens het geslaagde feest was de ruzie die uitbrak tussen de broer van de bruidegom en die van de bruid.
Vertalingen
Spaanstono disonante
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek