woorden
boek
Start
›
W
›
wanbof
wanbof
mannelijk (de)
/ˈwɑmbɔf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
ongelukje, pech, tegenslag, tegenvaller
Etymologie
*, "wanboffen"
Vertalingen
Engels
bad luck
Spaans
mala suerte
Verwante woorden
wanbedrijf
wanbedrijven
wanbegrip
wanbegrippen
wanbeheer
wanbeleid
wanbesef
wanbestuur
wanbetalend
wanbetalende
wanbetaler
wanbetalers
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← wanbetalingen
wanboffen →