walvisachtigen

/ˈwɑlvɪsˌɑxtəɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een infraorde van grote, in het water levende zoogdieren. Er zijn ongeveer 89 beschreven soorten die men heeft onderverdeeld in twee subgroepen: de tandwalvissen () en de baleinwalvissen ()

Etymologie

*walvisachtige met uitgang -en

Vertalingen

Spaanscetáceos