walvis

mannelijk (de)/ˈwɑlvɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. walvisachtigen (walvisachtigen) benaming voor zoogdieren uit de onderorde , de gemeenschappelijke naam voor een groep van circa 80 soorten geheel in het water levende zoogdieren
    ‘Wat denk je van… bijvoorbeeld een walvis? Wat als ik een verhaaltje vertelde over een zoogdier dat onder water leeft, in de zee, en dat dier gebruikt sonar en zingt liedjes en is zó groot; zijn hart is even groot als een auto, en je zou door zijn aderen kunnen zwemmen. Dat is net zo sprookjesachtig als elfjes, toch?’ Psychologie Magazine 15 mei 2019 Roos Vonk [https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/verwondering/ Verwondering]

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "walvisch" / "walvisc" van Oudnederlands "walfisk", een in de betekenis van ‘walvisachtige’ aangetroffen vanaf 1163

Vertalingen

Engelswhale
Fransbaleine
DuitsWal
Spaansballena
Italiaansbalena, cetacei
Portugeescetáceo, baleia
Russischкит
Japansクジラ目
Koreaans고래목
Turksbalina
Poolswalenie
Zweedsval, valfisk
Deenshval