waarnemer

mannelijk (de)/ˈwarnemər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die iets waarneemt (werkwoord: waarnemen)
    Een waarnemer die op de andere heuvel stond had de vogel wel kunnen zien.
  2. een tijdelijke vervanger
    Hij had zich als waarnemer goed gekweten van zijn taak.
  3. een persoon die aanwezig is bij een gebeurtenis om de gang van zake in de gaten te houden
    De Verenigde Naties wilden waarnemers sturen om de verkiezingen bij te wonen.

Etymologie

* van waarnemen

Vertalingen

Engelsobserver, substitute, observer
Spaansobservador, observador