waan

mannelijk (de)/wan/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) een min of meer van de werkelijkheid afgeleide droomwereld
    Hij verkeerde in de waan dat hij als een vogel kon vliegen.
  2. psychologie (psychologie) een overtuiging die gebaseerd is op een onjuiste waarneming of interpretatie van de werkelijkheid
    Het onduidelijke testament bracht hem in de waan een rijk man te zijn.

Uitdrukkingen

  • de waan van de dagde actuele gekte
  • iemand in de waan lateniemand niet de waarheid vertellen

Vertalingen

Engelsillusion, misapprehension, mistaken
Fransillusion, erreur
DuitsWahn, Wahn