fictie

vrouwelijk (de)/ˈfɪksi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. niet op werkelijkheid berustende voorstelling die men als uitgangspunt aanneemt
    Het idee dat de werkkampen voor commerciële doelstelling worden omgebouwd en in eerste instantie geen onderwijzende functie zullen hebben, zou kunnen leiden tot 'pseudo-historische fictie en 'een valse voorstelling van wat er echt gebeurd is'. Tubantia Sacha Kester 27-03-14 [https://www.tubantia.nl/buitenland/siberische-republiek-wil-toeristenresorts-in-goelagkampen~a661166e/ Siberische republiek wil toeristenresorts in goelagkampen]
  2. letterkunde (letterkunde) vertelwijze waarbij gebruikgemaakt wordt van verzonnen elementen

Etymologie

*afgeleid van het Franse fiction of daarvoor van het Latijnse 'fictiō'

Vertalingen

Engelsfiction
Fransfiction
Spaansficción